
Jan Frowijn 1915-1945
Jan Frowijn was gedurende de oorlogsjaren kassier van het distributiekantoor in Coevorden en hield zich in deze functie ook bezig met het verduisteren van bonnen en andere distributiebescheiden ten behoeve van onderduikers.
Overval
Begin juni 1944 werd hij benaderd door de huisarts Baudoin, die hem vroeg medewerking te verlenen aan een overval op het kantoor dat gevestigd was in de Koningin Wilhelminaschool. De knokploeg Noord-Drenthe, zwervend door de provincie en onder leiding van de ervaren verzetsman Kees Veldman, zou hem hierbij zogenaamd neerslaan, waardoor de verdenking zeker niet op hem zou vallen. Jan stemde toe. Op 6 juni drongen zes mannen plotseling het kantoor binnen, Jan kreeg een klap met een gummistok, maar de bewakende politieman greep zijn revolver en werd als reactie hierop neergeschoten.
De telefoonkabel was inmiddels doorgesneden. De kluis werd geopend en leeggeroofd en de zogenaamd bewusteloze Jan en de gewonde politieman werden naar binnen gesleept. De twee overige personeelsleden volgden en de overvallers maakten zich uit de voeten. Na nog een vuurgevecht met politiemensen bij Nieuwlande geleverd te hebben, wisten alle leden van de knokploeg met de geroofde distributiebescheiden te ontkomen. Jan Frowijn werd met een hersenschudding in het Aleida Kramerziekenhuis opgenomen en ook de door een buikschot getroffen gewonde kwam daar terecht. Beiden herstelden voorspoedig, mede door de voortreffelijke zorgen van Jans verloofde, zuster van Ommen.
Arrestatie
Jan zou loslippig geweest zijn of was er verraad in het spel? Wie zal het zeggen. Zeker is, dat hij op 6 januari 1945 alsnog gearresteerd werd. Hij werd op transport gesteld naar het beruchte concentratiekamp Neuengamme waar Jan Frowijn op 5 februari de dood vond.
Bron: H.D. Minderhoud, Historische straatnamen in Ossehaar
BIJZONDER GERECHTSHOF ASSEN
Gisteren stond de 49-jarige Gezinus Jansen terecht. Voor de bezettingstijd was hij gemeenteveldwachter te Vlagtwedde, en na 1940 werd hij hoofdwachtmeester bij de Staatspolitie te Coevorden. Sinds april 1945 is hij gedetineerd. Hij, die in de armen van het nationaalsocialisme is gevallen, raakte verblind door de schijnwelvaart die er in Duitsland zou heersen, zoals hij zelf verklaarde.
Tijdens de bezetting promoveerde hij tot onderluitenant. Volgens de stukken gaf hij meermalen inlichtingen aan de Duitsers over de inwoners van de gemeente Vlagtwedde en had hij een actief aandeel in de arrestatie van goede Nederlanders door de Moffen.
Uit het verhoor blijkt dat er negen getuigen zijn, namelijk: H. Kluitenberg, A. Vrieling, J. van den Berg, P. Vinckers, B. J. Frowijn, H. H. Lubberman, F. A. Beins (oud-burgemeester van Vlagtwedde), H. B. B. Meijer en H. Lukkien. Zij verklaren dat de verdachte in zeer nauwe relatie stond met de S.D., tot wie hij zich onder andere wendde toen hij in moeilijkheden kwam vanwege een te hoog elektriciteitsverbruik.
Getuigenverklaringen
De eerste getuige was de heer Beins, voornoemd, die weinig kon mededelen over de aanklachten tegen Jansen.
Getuige H. H. Lubberman uit Ter Apel was in het begin van de oorlog lid van de Nederlandse Unie. Door toedoen van de verdachte werd hij zes weken lang van zijn vrijheid beroofd. Ook H. Lukkien uit Ter Apel, die leider was van de wandelclub, verloor door verdachte zijn vrijheid gedurende zes weken.
Opperwachtmeester J. van den Berg uit Assen, die samen met de verdachte diende bij de Rijkspolitie te Coevorden, verklaarde dat, toen er volgens hem te veel arrestanten in één cel waren opgesloten, Jansen zou hebben gezegd: “Trap ze er maar in!”
Getuige H. Kluitenberg uit Coevorden verklaarde dat de verdachte deelnam aan het onderzoek naar de schuldigen van een overval op het distributiekantoor destijds.
De gedetineerde P. Vinckers, voormalig wachtmeester van de Staatspolitie te Coevorden, gaf enkele bijzonderheden over de arrestatie van Jan Frowijn. Het rapport over Jansen dat hij uitbracht, was echter niet ongunstig.
De advocaat-fiscaal maakte een vergelijking tussen politieman Soer (uit de morgenzitting) en Jansen in deze zitting. Hij eiste acht jaar gevangenisstraf in een Rijkswerkinrichting (R.W.I.), alsmede ontzetting uit het kiesrecht en het recht om ambten te bekleden, levenslang.
Vonnis over 14 dagen.
De heer mr. Brouwer trad op als raadsman.
RAPPORT OVERVAL OP HET DISTRIBUTIEKANTOOR TE
COEVORDEN OP 20 JUNI 1944
Marechaussee-gewest Groningen. Coevorden, 21 Juni 1944
Groepscommandant No: 496.
Aan:
den Heer Majoor, Comdt. Mar. Gewest Groningen (in enkelvoud)
den Heer Wnd. Gew. Politie-President te Groningen (in
enkelvoud)
den Heer Afdeelingscommandant te Coevorden (in enkelvoud)
den Heer Burgermeester, Pol. Gezagsdrager te Coevorden (in
Duple)
den Heer Polizeiofficier beim B.R.K. te Assen (in enkelvoud)
Polizeiposten des Sicherheitspolizei und des S.D. te Assen (in
enkelvoud)
Onderwerp: Overval op het Distributiekantoor te Coevorden, op
20 juni 1944.
Ter bevestiging van mijn telefonische melding voor den
berichtendienst, o.a. aan den Heer Majoor Commandant van het Marchaussee-Gewest-Groningen, d.d. 20 Juni 1944, moge ik U berichten:
“Op Dinsdag 20 juni 1944 te ongeveer 18.00 uur, werd mij telefonisch medegedeeld dat even te voren een gewapende overval op het Distributiekantoor te Coevorden had plaats gevonden. Onmiddellijk heb ik mij met eenige manschappen mijner Groep naar dat Distributiekantoor begeven. Daar ter plaatse zag ik den Wachtmeester Prins. J. dezer Groep, en den kassier waardemateriaal Frowijn. J. beiden in bewusteloozen toestand in een auto liggen, waarna zij naar het Aleida Kramerziekenhuis hier ter plaatse zijn vervoerd. Van de omstanders hoorde ik dat genoemde Wachtmeester door een schot in zijn buik was verwond, terwijl Frowijn door een hem toegebrachte slag op zijn hoofd bewusteloos was geraakt. Van de daar dienstdoende burgerbewakers hoorde ik, dat even te voren 4 a 5 gewapende personen, waaronder een vrouw, het Distributiekantoor waren binnengekomen. Terwijl eenige overvallers de bewakers met pistolen in bedwang hielden, begaven anderen zich in het lokaal waarin zich de kluis bevindt.
Toen de daar aanwezige dienstdoende Wachtmeester Prins. J. de overvallers zag binnenkomen, wilde deze zijn pistool trekken. Voor hij hiertoe kon overgaan, werd hij reeds door een der aanvallers in de buik geschoten, waarop hij op den grond viel.
De kassier waardemateriaal, die weigerde de sleutel van de kluis af te geven, werd daarop door de aanvallers bewusteloos geslagen. Nadat de overvallers zich eenige oogenblikken in de kluis hadden opgehouden, zijn zij vertrokken, na de bewakers in de kluis te hebben opgesloten, terwijl zij den Wachtmeester Prins een postzak onder diens hoofd hadden gelegd. Dadelijk bij hun binnenkomen hebben de aanvallers de telefoondraden doorgesneden, zoodat geen alarm kon worden gemaakt.
Signalement eerste persoon:
Leeftijd 35 a 40 jaar, lang ± 1.70 meter, donker haar, was
gekleed in donker costuum en droeg een bril.
Signalement tweede persoon: Lang ± 1.55 meter, bleeke gelaatskleur, was
blootshoofd.
Signalement vrouw : Leeftijd 30 a 35 jaar, ± 1.60
meter lang, was gekleed in witte regenjas, zij droeg een
hoofddoek om het haar.
Van de andere personen kon geen
signalement worden opgegeven.
Ter plaatse zijn 2 hulzen gevonden van een pistool, cal.7.65 mm., niet behorende tot het pistool van den Wachtmeester Prins. Diens pistool, merk F.N.
No. 5159, cal. 9 mm. bleek met de reservehouder te zijn verdwenen, en zal zeer waarschijnlijk door de aanvallers zijn meegenomen.
Daar het vermoeden bestond dat de aanvallers per rijwiel waren vertrokken, heb ik mij in vereeniging van den Onderluitenant
Merk. F. behoorende tot de Staf Coevorden, per auto begeven op de buitenwegen van Coevorden, teneinde de daders alsnog aan te houden, terwijl ik de omliggende Groepen en Posten heb doen waarschuwen. Op den weg tusschen Nieuwlande en het kruispunt van den weg Hoogeveen-Oosterhesselerbrug zag ik twee manspersonen rijden op een rijwiel, komende uit de richting Nieuwlande en gaande in de richting Hoogeveen Oosterhesselerbrug. Daar het mijn bedoeling was die mannen
staande te houden, gaf ik den bestuurder van de auto opdracht te stoppen, waaraan deze voldeed. Nog voor dat de auto geheel stil stond, trokken die beide personen ieder een pistool uit hun zak. Terwijl Onderluitenant Merk en ik uit de auto stapten begonnen die personen op ons te vuren. De onderlinge afstand bedroeg toen ongeveer 30 meter. De eene persoon schoot al op ons, toen hij nog op zijn rijwiel zat, de andere was ondertussen van zijn rijwiel gegaan. Het vuren werd onmiddellijk
buiten de auto door ons beantwoord, waarbij de persoon, gezeten op zijn rijwiel, daar af viel en in een sloot naast dien weg terecht kwam. Ter plaatse was een diepe sloot, die loodrecht op de bermsloot liep, naast een hoog korenveld, waarlangs die persoon zich onmiddellijk aan ons gezicht onttrok.
De andere persoon was inmiddels met zijn rijwiel achter een aldaar staande boom gegaan en zocht daar dekking. Onderluitenant Merk en ik, zochten eveneens dekking achter de boomen en daarna in de bermsloot. Het vuurgevecht werd van beide kanten voortgezet. De afstand die ons toen van den aanvaller scheidde, bedroeg ook thans ongeveer 30 meter. Onder het vuren riep ik dien persoon toe dat hij zijn pistool weg zou gooien en zich zou overgeven, waarop die persoon terug riep: “Dat nooit tot de laatste patroon toe, levend krijg jullie mij niet in handen, ik ken jullie wel en daarom zijn wij naar Coevorden gekomen.”
Zelf ben ik toen nog op den weg gekropen om hem beter onder vuur te kunnen nemen, terwijl de Onderluitenant Merk in de bermsloot bleef liggen. Het vuurgevecht heeft ongeveer 1¼ uur geduurd en wel van 18.45 uur tot 20.00 uur. Van de gelegenheid dat onze munitie opraakte, heeft de aanvaller gebruik gemaakt om zich met zijn rijwiel te verwijderen in de richting Nieuwlande. Hierop zijn de beide laatste patronen die ik in mijn bezit had, op hem verschoten, terwijl Onderluitenant Merk zijn munitie al eerder kwijt was. Vervolgens is door ons onmiddellijk de Rijksspeurhondgeleider van Balkbrug ontboden, die een onderzoek en het spoor heeft gevolgd van den eerste persoon, die zijn rijwiel had achtergelaten, doch zonder succes. Te 20.15 uur kwam de eerste hulp opdagen, bestaande uit 3 politiemannen van Oosterhesselen. Een van hen bleef ter plaatse voor het bewaken van den toestand en het rijwiel, met de beide andere politiemannen hebben wij de achtervolging ingezet van den persoon die met zijn rijwiel was ontkomen. Bij informaties bleek ons dat hij vermoedelijk was verdwenen in de richting Hoogeveen. Daarop zijn onderluitenant Merk en ik per auto doorgereden naar Hoogeveen, en hebben de juist binnenkomende trein van Assen volledig gecontroleerd, doch zonder succes. Of een der aanvallers door ons is verwond is niet bekend. Onderluitenant Merk en ik zijn er ook zonder verwonding afgekomen. Het pistool waarmede laatstbedoelde persoon op ons schoot was van groot caliber, een z.g.n. parabellum. Ter plaatse is door een der aanvallers achtergelaten een heerenrijwiel, merk “Gebr. Tonkes, Assen, Rolderstraat 63, zwart gelakt, geel gebiesd, zwart
celluloid stuur, freeuwheel met de naam “J. Bosscher”, electrische lamp, merk “Scharlach” en dito dynamo, nieuwe voorband, merk V 1944, nieuwe achterband, merk “29 H s”.
De tasschen bleken te bevatten een blauwe garbedina overjas, een muiskleurige garberdina overjas, benevens een bruin geverfde marechausseebroek, voorzien van een zakje voor de gummistik. In de blauwe overjas bevonden zich o.a. een spoorkaartje Stadskanaal-Groningen, afgegeven 16 juni 1944, alsmede twee rijwiel kaarten van Stadskanaal naar Groningen, d.d. 16 juni 1944, een plaatskaart geldig voor de E.D.S. tram enkele reis Assen-Coevorden met een rijwiel d.d. 9 juni 1944.
Ook bevond zich in een der tasschen een complete verbanddoos. Het rijwiel en genoemde goederen zijn door mij in beslag genomen en voorlopig geborgen in de Marechaussee kazerne te Coevorden. De verwonde Wachtmeester is genaamd Johannes Prins, geboren te Onstwedde 6 november 1916, wonende te Coevorden, Tuindorp No. 19, gehuwd. Zijn toestand is zeer ernstig doch positief kan nog niets worden vastgesteld. De verwonde kassier waardemateriaal is genaamd Jan Frowijn,
geboren te Emmen 17 februari 1915, ongehuwd, wonende te Coevorden Kasteel No: 23. Hij heeft een herschenschudding bekomen doch zijn toestand is bevredigend. Beiden verblijven nog in het Ziekenhuis te Coevorden. Na de overval op het Distributiekantoor lag in de gang van dat gebouw een dameshandtaschje, aan de voorzijde schildpadkleur, aan de achterzijde beigekleur, inhoudende een eigengesmeed zakmes waarop voorkomt de naam J.H. Dolsma (vermoedelijk de naam
van den fabrikant) benevens een dames portemonaie, inhoudende een bedrag aan geld van F. 78.48 benevens eenige losse distributie rantsoen bonnen. Dit taschje is vermoedelijk afkomstig van de vrouw die bij overval tegenwoordig is geweest, en aldaar in de gang steeds de wacht heeft gehouden. Volgens getuigenverklaring was deze vrouw gewapend met een zwaar pistool, vermoedelijk een parabellum.
De toestand van den Wmr. Prins en den kassier waardemateriaal Frowijn is van dien aard dat deze nog niet konden worden gehoord. Een lijst van de vermiste
distributiebescheiden zal als bijlage bij dit schrijven worden gevoegd. Het onderzoek in dezen wordt voortgezet.
De Hoofdwachtermeester,
Groepscommandant,